Contactadres:
Beusekamplaan 30
7241 HC LOCHEM

[Naar vergroting van en info over deze kaart]

[Stadhuis Lochem]



Monumenten

Het Stadhuis

door Cees-Jan Frank

adres: Markt
datering: ca. 1634-1640
type: overheidsgebouw
ontwerper: E. Hellenraet

Het zeventiende-eeuwse stadhuis behoort naast de Grote of St. Gudulakerk zonder meer tot de belangrijkste historische gebouwen in de stad. Dat deze historische betekenis al in een vroeg stadium werd onderkend bewijst de ingrijpende restauratie die het gebouw in 1898 onderging, in een periode waarin menig historisch gebouw niet beschermenswaardig werd geacht en zonder scrupules werd gesloopt.

Een negentiende-eeuwse restauratie
Het was burgemeester T. Haitsma Mulier die omstreeks 1894 het initiatief nam om bij de Maatschappij tot Bevordering van Bouwkunst advies in te winnen inzake restauratie van het zeventiende-eeuwse gebouw, dat in de loop van de negentiende eeuw in zorgwekkende toestand was komen te verkeren (...).
Zoals veelal gebruikelijk in deze periode koos men - met uitzondering van de in 1741 vernieuwde oostelijke gevel - voor een verregaande reconstructie van de oorspronkelijke zeventiende-eeuwse situatie. Het in de loop der jaren door verschillende verbouwingen en achterstallig onderhoud nogal verminkte gebouw bood hiervoor tal van goede aanknopingspunten, zodat de keuze voor een dergelijke reconstructie niet verwonderlijk is.
Helaas werden echter niet alle bouwsporen goed begrepen en is een aantal oude bronnen, die de plannenmakers ter beschikking stonden, foutief geïnterpreteerd. Hierdoor is in het reconstructieplan een cruciale fout geslopen en oogt het stadhuis sindsdien eigenlijk minder zeventiende-eeuws dan de bedoeling was, vergelijk de foto links uit 1898, net voor de restauratie (bron: Archief Frijlink-Spronk, nr. 19910-6) met de foto rechts waarop de toegevoegde geveltop en gewijzigde dakhelling duidelijk te zien zijn (ansichtkaart ca. 1950, collectie C.J. Frank).

[foto's stadhuis 1898 en 1950]

Oorsprong

De oorsprong van het huidige gebouw gaat in ieder geval terug tot de jaren dertig van de zeventiende eeuw, toen door het toenmalige stadsbestuur werd besloten tot de bouw van een nieuw stadhuis. Op het fries boven de voormalige hoofdingang in de korte noordgevel lezen we dat in 1634 met het werk is begonnen. In de beide geveltoppen bevinden zich stenen met het jaartal 1639, hetgeen zou kunnen wijzen op de naderende voltooi‹ng van de werkzaamheden.

De precieze aard van het bouwproject is nooit helemaal duidelijk geworden. Betrof het nieuw bouw, die door de weinig florissante financiële situatie van de stad Lochem, die de grote stadsbrand van 1615 nog maar nauwelijks te boven was, slechts zeer langzaam vorderde? Of was het in 1634 gerealiseerde poortje de eerste fase in een langdurige bouwcampagne, waarin een na de brand provisorisch hersteld stadhuis stapsgewijs weer wat allure werd gegeven?
Voor deze laatste optie pleit het feit, dat het niet erg waarschijnlijk is dat het Lochemse stadsbestuur tussen 1615 en 1635 geen onderkomen zal hebben gehad. Over een tijdelijk stadhuis wordt in geen enkele bron gerept, evenmin over de aankoop van grond voor de bouw van een nieuw gebouw. Dat oudere stadsplattegronden van Lochem, daterend van voor de stadsbrand van 1615, op deze locatie nog geen bebouwing aangeven, kan een toevalligheid zijn.

In 1640 was het werk aan het stadhuis nog niet voltooid. Er werd in dat jaar een contract gesloten met Emond Hellenraet, stadsbouwmeester uit Zutphen, die voor de gevelbekroning van de beide korte gevels een ontwerptekening vervaardigde. De tekening is bewaard gebleven en bewijst met de in het contract gestelde tekst, dat het te leveren steenhouwerswerk uitsluitend de kruisvensters, alsmede de wangstukken, balustrade en sierstukken van de topgevels betrof. Zeer kenmerkend voor dit ontwerp van Hellenraet zijn de door brede horizontale balustrades afgesloten topgevelbekroningen, waarachter het dak met forse wolfeinden aansluit. (...)

Modernisering in 1741
In 1741 is de oostelijke zijgevel ingrijpend gemoderniseerd, waarbij in deze gevel de nieuwe hoofdentree werd aangebracht.
Langzamerhand verdwenen steeds meer zeventiende-eeuwse details. Rond het midden van de achttiende eeuw waren echter beide topgevels met de zo markante balustrades van Hellenraet nog intact aanwezig, getuige de tekening die Jan de Beijer in 1743 van het stadhuis maakte. (Bron: Romers, Achttiende-eeuwse gezichten van steden, dorpen en huizen naar het leven getekend door J. de Beijer.)
[tekening uit 1743 van Jan Beijer]
Een verkeerde interpretatie in 1898...

Ten tijde van de restauratie eind negentiende eeuw was men in de veronderstelling, dat de ont werptekening van Hellenraet een anonieme achttiende-eeuwse schets moest zijn, behorende bij een verbouwing van het stadhuis, waarbij de oorspronkelijke renaissancetopgevels zouden zijn afgetopt.
Het vlak voor de restauratie nog aanwezige afgewolfde dak en de beide topgevels - beide inmiddels zonder balustrade - werden niet als origineel ervaren (foto 1898)
. In het restauratieplan ontwierp men nieuwe - en gefantaseerde - geveltoppen en werd de oor spronkelijke zeventiende-eeuwse kapconstructie vervangen door een nieuw, veel minder steil dak, waarvan de dakvoet een stuk hoger werd aangebracht dan het oude. De meeste zeventiende-eeuwse vensterdetails e.d. werden wel op zorgvuldige wijze hersteld (foto 1950). Gelukkigerwijs is ook de fraaie achttiende-eeuwse oostgevel gerespecteerd.

Door deze op een aantal punten wat 'ongelukkige' restauratie verdween het meest kenmerkende zeventiende-eeuwse architectuurmotief van het Lochemse stadhuis, maar het voortbestaan van het belangwekkende historische gebouw was in ieder geval veilig gesteld.
Hoewel men de restauratievergissing van 1898 nog steeds kan betreuren, is de waarde van het stadhuis er nooit door verminderd. Integendeel, de bijzondere en voor het einde van de negentiende eeuw typerende restauratiegeschiedenis kan op zichzelf weer een zeer markant onderdeel van de bouwgeschiedenis van het Lochemse stadhuis worden genoemd. Het markeert een periode, waarin voor het eerst op grotere schaal initiatieven werden ontplooid op het gebied van behoud en restauratie van ons historisch erfgoed, een en ander in samenhang met een groeiend cultuurbesef en de bestudering van de Nederlandse bouwkunst.


[naar boven]

naar boven


Voor het laatst bijgewerkt: 26 augustus 2009