Lees en bekijk ook de twee andere artikelen over historische boerderijen:
Boerderijen, inleiding | Rond Verwolde en Laren
door CeesJan Frank
In dit artikel vindt u een greep uit het boerderijenbestand rond de Velhorst en Zwiep dat als gemeentelijk monument in de gemeente Lochem is beschermd. Veel van deze boerderijen behoorden van oudsher tot het landgoed De Velhorst. Dat is bijvoorbeeld te zien aan de motieven en kleuren op de vensterluiken.
Eén van de weinige krukhuisboerderijen in het buitengebied van de gemeente Lochem (zie ook Boekhorstlaan 1). Dit krukhuis ontstond rond 1800 na verbouwing van een oude hallehuisboerderij. De fraaie wit geschilderde voorgevel is gericht op de kern van het landgoed ′t Ross. Alleen het bedrijfsgedeelte met de deel is dus vanaf de openbare weg te zien.
Erve Bruggink behoort tot de gaafste historische boerderijen in de gemeente Lochem. Het erf is zeer oud en wordt al in 1494 vermeld als onderdeel van Klein Dochteren Scholtambts. De boerderij ligt op het landgoed De Velhorst. Het is een klassieke hallehuisboerderij met onderschoer aan de achterzijde. Alleen boven de voorgevel bevindt zich dus een korter dakschild, het wolfeind. Het metselwerk van de gevels en de details van de vensters in de voorgevel zijn achttiende-eeuws, maar de gebintconstructie in het gebouw is veel ouder, misschien nog wel laatmiddeleeuws. Typerend voor de vensters in de achttiende eeuw zijn de zware gepende kozijnen met vaste tussendorpel (het kalf) en de ramen met de kleine ruitjes. Alleen de benedenramen kunnen met luiken worden afgesloten.
Ook het fraai beplante erf heeft een authentiek karakter. Links voor staat een klein bakhuis en links achter een bakstenen schuur, ook van het hallehuistype. Ook deze schuur heeft een gebintconstructie, die veel ouder is dan de buitengevels. Op het westelijke deel van het erf staat een éénroedige hooiberg met rieten hoed.
Boerderij “Nieboer” is één van de oude boerderijen die oorspronkelijk deel uitmaakte van het landgoed de Velhorst. Dit landgoed bezit een middeleeuwse oorsprong en heette destijds “Vrollehorst”, “Varlehorst” of “Vralehorst”. In 1505 wordt de huidige naam voor het eerst genoemd.
Het tegenwoordige landhuis dateert grotendeels uit de achttiende eeuw, toen een gebouw uit de zestiende of zeventiende eeuw werd verbouwd tot herenhuis. “Nieboer” stond oorspronkelijk bekend onder de naam Klein of Nieuw Velhorst, om hem te onderscheiden van Groot Velhorst, de huidige boerderij Scholten (Velhorst 6). De hallehuisboerderij is in de achttiende, negentiende en vroege twintigste eeuw herhaaldelijk verbouwd. In de linker zijgevel bevindt zich een ingemetselde steen met het jaartal 1881, duidend op een verbouwing van de deel. Rond 1926 werd het woongedeelte aangepakt, waarbij de kap werd verhoogd en er een woonverdieping op zolder werd aangebracht. Tot het uitgestrekte erf behoort een groot aantal karakteristieke bijgebouwen uit diverse bouwtijden. Voor de boerderij een waterput met haal.
Deze grote hallehuisboerderij werd vermoedelijk al in de middeleeuwen gesticht. Vroegere heette het erf “Groot Velhorst”, tegenwoordig “Scholten”. Het uiterlijk van de boerderij wordt bepaald door achttiende en negentiende-eeuwse elementen, maar de gebinten zijn mogelijk veel ouder. Bijzonder is de uitbouw tegen de linker zijgevel van het woongedeelte, een variant van de zogenaamde enskamer, een van de boerderij afgescheiden woongedeelte, dat was bestemd voor de “olde leu”, de ouders van boer of boerin, die op het erf bleven inwonen nadat het bedrijf door zoon of dochter was overgenomen. Dergelijke enskamers zien we veel in het oostelijke deel van de Achterhoek en in Twente, waar ze meestal op de voorgevel aansluiten in plaats van op de zijgevel zoals bij boerderij Scholten.
Boerderijtje “De Berkelkamp” is in 1908 gebouwd als (land)arbeiderswoning met kleine deelruimte, als onderdeel van het landgoed de Velhorst. Samen met het naast gelegen “Nieuw Bruggink” (Dochterenseweg 35) diende het pandje als huisvesting van tot het landgoed behorende (land)arbeiders. Het zijn beide voorbeelden van kleine hallehuisboerderijen, met gedeeltelijk rieten kap en een voorgevel met vensters met schuiframen en luiken.
Dit is een in de gemeente Lochem zeldzaam voorbeeld van een zogenaamde krukhuisboerderij. In wezen is het een hallehuisboerderij, waarvan het woongedeelte naar één zijde is uitgebouwd en voorzien van een schilddak. In de gepleisterde voorgevel lezen we A O (ANNO) 1711. Waarschijnlijk is in dat jaar een oudere hallehuisboerderij tot krukhuis verbouwd. Om de verbouwingssporen aan het zicht te onttrekken zijn de gevels gepleisterd.
De beide bakstenen schuren tegen de oostelijke zijde van de boerderij zijn pas in de negentiende eeuw toegevoegd. De middelste was vermoedelijk een overdekte mestvaalt.
Het erf staat bekend onder de naam “Hasseloo” en is van zeer oude datum. Al in de veertiende eeuw moet er op deze plek een boerenerf zijn geweest.
Boerderij Nieuwenhuis in een hallehuisboerderij met middenlangsdeel, waarvan de buitengevels rond 1900, in 1915, 1926 en 1935 ingrijpend werden verbouwd. De oude ankerbalkgebinten bleven evenwel geheel behouden. Deze constructie bestaat uit zes gebinten, waarvan er een is opgenomen in de brandmuur tussen woongedeelte en bedrijfsgedeelte. De eiken ankerbalkgebinten hebben deels nog licht gekromde korbelen en dateren zeker nog wel uit de achttiende eeuw, maar zijn mogelijk nog wat ouder. Ook de kapconstructie, een oude sporenkap met haanhouten, bleef intact. Mogelijk zijn deze oude elementen restanten van de boerderij die blijkens archiefonderzoek in ieder geval in 1646 al bekend was.
Dit is opnieuw een klassiek voorbeeld van een hallehuisboerderij met middenlangsdeel. Ook deze boerderij heeft een lange voorgeschiedenis. Het Erve ’t Saaltink behoorde vroeger aan de heerlijkheid Keppel en wordt al in een veertiende-eeuws archiefstuk voor het eerst vermeld. De tegenwoordige boerderij is grotendeels uit de tweede helft van de negentiende eeuw, toen de buitengevels opnieuw werden opgetrokken rond de misschien nog wel laatmiddeleeuwse gebintconstructie. Naar alle waarschijnlijkheid gebeurde dit in 1865, getuige de steen met dit jaartal in de achtergevel. Bij de verbouwing is het voorhuis iets verbreed, zodat het nu ten opzichte van de vroegere deel uitspringt. Eind vorige eeuw is tegen de linker zijgevel van het voorhuis een bescheiden aanbouw neergezet, in de vorm van een traditionele enskamer. Op het erf bevinden zich verder een oude veeschuur, een hooiberg en een prachtige rij monumentale eiken.
Boerderij “Weplink” behoort tot de oudere boerenerven in de gemeente Lochem. De naam zou afkomstig zijn van “weppelen” of “weven”, naar de vroegere weverij-activiteiten, die op deze boerderij werden uitgeoefend. De tegenwoordige boerderij is tot stand gekomen na vele verbouwingen van een in wezen nog zeventiende-eeuwse hallehuisboerderij, waarvan onderdelen van de eiken gebintconstructie bewaard bleven. Eén van de verbouwingen vond plaats in 1832, getuige het jaartal op de sluitsteen in de boog boven de deeldeuren. Het voorhuis heeft later een asymmetrische opzet gekregen, doordat het aan de linker zijde wat werd uitgebouwd en verhoogd. In de negentiende eeuw ondergingen veel hallehuisboerderijen zo’n vergroting van het voorhuis. Het woongedeelte werd er wat ruimer door.
Bij de boerderij staat een klein bakhuis, nog met de uitgebouwde oven. Dit gebouwtje is kort na 1900 opgetrokken.
Boerderij ′t Overlaar is één van de laatste resten van het adellijke goed Overlaer, waarvan het hoofdgebouw in het midden van de negentiende eeuw moet zijn afgebroken. De tegenwoordige boerderij is eigenlijk het vroegere bouwhuis en werd in 1779 gebouwd. In deze periode was Frederik Jan Willem Robbert van Heeckeren eigenaar van het goed. In aanleg, hoofdvorm en details lijkt het bouwhuis veel op het eveneens nog bestaande bouwhuis van de nabijgelegen Nettelhorst. Ook dit gebouw stamt uit het einde van de achttiende eeuw en was is het bezit van een Van Heeckeren. Het bouwhuis van het Overlaer, nu een boerderij, heeft in de loop der tijd vele veranderingen ondergaan, onder meer aan de indelingen van de gevels en de details van vensters en ingangen. Met name de hoofdvorm met zijn hoge kap bleef nog zeer herkenbaar en herinnert aan de vroegere bijzondere functie van bijgebouw van een adellijk huis. Op de deel resteert een bijzondere oude gebintconstructie. Vanwege de modernisering van het boerenbedrijf, dat sinds jaar en dag in het gebouw is gevestigd, zijn allerlei aanpassingen aan het gebouw uitgevoerd, zoals het dichtmetselen van de grote vensters links in de voorgevel en de aanbouw rechts van de grote poort.
De Blikken Piepe was oorspronkelijk een vrijstaande schuur bij de er achter gelegen grote hallehuisboerderij (Zwiepseweg 160). Na opsplitsing van het erf werd de schuur, vermoedelijk al in de negentiende eeuw verbouwd tot boerderijtje, waarbij aan de straatzijde een enskamerachtige aanbouw voor bewoning werd toegevoegd. De oorspronkelijk geheel houten gevels zijn naderhand in machinale baksteen vernieuwd. Voor de gevel staat een oude pomp.
De naam dankt het boerderijtje aan de pijp, die op de hoge bakstenen schoorsteen boven de enskamer stond. Op het erf staat rechts een varkensschuur, die ook als klompenmakerij in gebruik is geweest. Met de grote hallehuisboerderij en andere oude bijgebouwen vormt de Blikken Piepe een schilderachtig historisch ensemble.
Oude hallehuisboerderij, vroeger behorend tot het goed De Cloese. Vroeger stond de boerderij bekend als “Dikke Boer”. Hoewel de boerderij in de loop der jaren vele wijzigingen heeft ondergaan heeft de voorgevel zijn vroeg negentiende-eeuwse karakter goed weten te bewaren.
Redengevende beschrijvingen gemeentelijke monumenten gemeente Lochem
Auteur/Monumenten Advies Bureau, 1990-1995
Lees en bekijk ook de twee andere artikelen over historische boerderijen:
Boerderijen: inleiding | Rond Verwolde en Laren
naar boven
Voor het laatst bijgewerkt: 20 april 2011